U bevindt zich hier:

INLEIDING

Het jaar 2020 nadert. Dit betekent dat de btw-aangifte over het laatste aangiftetijdvak van 2019 weer ingediend moet worden. BTW-PLAZA wil u hierbij helpen door aan te geven welke posten u in deze btw-aangifte moet meenemen. Daarnaast geeft BTW-PLAZA u enkele eindejaarstips en zetten wij de belangrijkste btw-wijzigingen voor 2020 voor u op een rij.                         


ONDERNEMER

Meld verbreking/wijziging fiscale eenheid btw 
Ondernemers die zijn opgenomen in een fiscale eenheid voor de btw zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de btw-schulden van de fiscale eenheid. Indien een onderdeel van de fiscale eenheid niet langer economische activiteiten verricht of aan één van de andere voorwaarden (financiële, organisatorische en economische verwevenheid) niet langer wordt voldaan, adviseren wij de inspecteur hiervan op de hoogte te stellen en de fiscale eenheid te verbreken of te wijzigen. Hierdoor eindigt de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de uittredende ondernemer(s).


ONROEREND GOED 

Optie belaste levering
De levering van gebouwen die op het tijdstip van levering meer dan twee jaar in gebruik zijn of de levering van onbebouwde grond (niet zijnde een bouwterrein) is in principe vrijgesteld van btw-heffing. Partijen kunnen echter kiezen voor een belaste levering, mits de koper het gekochte in het boekjaar van levering en het daaropvolgende boekjaar voor minimaal 90% (voor werkgeversorganisaties, makelaars, reisbureaus, arbodiensten, postvervoersbedrijven en openbare radio- en televisieorganisaties 70%) gebruikt voor belaste activiteiten.

Het opteren voor een btw-belaste levering voorkomt dat de verkoper zijn btw-aftrek deels moet herzien bij een levering van het onroerend goed binnen de herzieningstermijn of zorgt ervoor dat een verkoper een (extra) gedeelte van de aanschaf-btw terugkrijgt. De koper is verplicht om binnen vier weken na afloop van het boekjaar dat volgt op het boekjaar van levering een verklaring aan de verkoper en zijn inspecteur te sturen waarin hij verklaart of al dan niet voldaan is aan het 90%- of 70%-criterium.

 Indien u een 90%- of 70%-verklaring moet afgeven verdient het aanbeveling om dit alvast als actiepunt in uw agenda te zetten. Indien u een 90%- of 70%-verklaring moet ontvangen van de koper, verdient het aanbeveling om alvast in uw agenda te noteren wanneer de vierwekentermijn verstreken is, zodat u de koper hieraan kunt herinneren indien hij in gebreke blijft.


 Bij een keuze voor een belaste levering van onroerend goed verdient het voor de verkoper aanbeveling om met de koper expliciet overeen te komen dat laatstgenoemde eventuele nageheven (herzienings-)btw, inclusief de eventuele verschuldigde rente en/of boete vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van de optie belaste levering volledig aan de verkoper moet vergoeden. Laat de verkoper dit na dan loopt hij het risico dat hij geconfronteerd wordt met een naheffing van (herzienings-)btw, eventueel vermeerderd met heffingsrente en een boete, terwijl het niet voldoen aan de voorwaarden van de optie belaste levering aan het handelen/nalaten van de koper te wijten is.

Optie belaste verhuur 
Verhuur van onroerende goederen is in principe vrijgesteld van btw-heffing. Partijen kunnen echter opteren voor btw-belaste verhuur, mits de huurder het gehuurde voor minimaal 90% (voor werkgeversorganisaties, makelaars, reisbureaus, arbodiensten, postvervoersbedrijven en openbare radio- en televisieorganisaties 70%) gebruikt voor belaste activiteiten. Blijkt de huurder in enig jaar niet langer te voldoen aan deze voorwaarde dan zal de verhuur vrijgesteld zijn. Dit kan gevolgen hebben voor de eerder afgetrokken btw (zie herziening). Hierop bestaat een uitzondering indien het niet voldoende aftrekgerechtigde gebruik voor de huurder redelijkerwijs niet voorzienbaar en incidenteel was.

 Heeft u in 2019 onroerend gehuurd waarvoor geopteerd is dan moet u nagaan of u in 2019 voldaan hebt aan het 90%/70%-criterium. Indien dit niet het geval is, dient u dit binnen vier weken na afloop van uw boekjaar in een door u ondertekende verklaring te melden aan de verhuurder én de Belastingdienst.


TARIEF 

2020: verlaagde btw-tarief digitale boeken, kranten en tijdschriften
Voor de levering en het uitlenen van fysieke boeken, kranten en tijdschriften geldt het verlaagde btw-tarief van 9%. Vanaf 1 januari 2020 gaat het verlaagde btw-tarief ook gelden voor de verkoop en het uitlenen van digitale boeken, kranten en tijdschriften. Het verlaagde btw-tarief is ook van toepassing op het toegang verlenen tot online media zoals nieuwswebsites van kranten, tijdschriften of journalistieke onderzoeksplatforms, mits de uitgaven op deze online media niet hoofdzakelijk of uitsluitend bestaan uit video’s, muziek of reclamemateriaal.

 

INTERNATIONALE GOEDERENTRANSACTIES

2020: btw-identificatienummer afnemer voorwaarde nultarief intracommunautaire levering
Vanaf 1 januari 2020 gaat voor de toepassing van het nultarief voor intracommunautaire leveringen de voorwaarde gelden dat de leverancier het (geldige) btw-identificatienummer van zijn afnemer op de factuur vermeldt. Daarnaast gaat voor het toepassen van het nultarief voor intracommunautaire leveringen per 1 januari 2020 ook als voorwaarde gelden dat de leverancier een correctie Opgaaf Intracommunautaire Prestaties (ICP) indient.

 

2020: vereenvoudiging bewijs nultarief intracommunautaire levering
Om het nultarief voor een intracommunautaire levering te mogen toepassen moet de leverancier kunnen bewijzen dat de geleverde goederen zijn vervoerd naar een andere EU-lidstaat. Met ingang van 1 januari 2020 gaat er een weerlegbaar vermoeden van het vervoer naar een andere EU-lidstaat gelden indien de leverancier minimaal beschikt over twee in de Btw-uitvoeringsverordening genoemde bewijsstukken die door onafhankelijke (lees: verschillende en niet gelieerde) partijen zijn opgesteld en niet tegenstrijdig zijn. Beschikt een leverancier over die bewijsstukken dan wordt aangenomen dat voldaan is aan de voorwaarde dat de goederen zijn vervoerd naar een andere EU-lidstaat, tenzij de Belastingdienst het tegendeel bewijst. Deze bewijsvermoedens komen niet in de plaats van de huidige praktijk op basis waarvan het intracommunautaire vervoer ook aan de hand van andere bewijsstukken kan worden bewezen, maar zijn aanvulling hierop die de leverancier meer zekerheid biedt voor het toepassen van het nultarief.


2020: (uniforme) vereenvoudiging call off-voorraden
Een ondernemer die goederen naar een voorraad op afroep (call off voorraad) overbrengt in een andere EU-lidstaat verricht op basis van de huidige regels in beginsel een fictieve intracommunautaire levering in de EU-lidstaat van vertrek en een fictieve verwerving in de EU-lidstaat van aankomst. In verschillende lidstaten bestond er tegemoetkomingen voor deze situatie. Vanaf 1 januari 2020 gaat er in de EU een uniforme vereenvoudigingsregeling gelden. Op grond van deze regeling verricht de leverancier een intracommunautaire levering aan de afnemer op het moment dat de afnemer de goederen uit de voorraad neemt. Hierdoor wordt - mits de leverancier en de afnemer aan alle voorwaarden voldoen -  voorkomen dat de leverancier zich voor de btw moet registreren in de EU-lidstaat waar de voorraad op afroep wordt aangehouden. De leverancier moet zowel de verplaatsing van de goederen naar de andere EU-lidstaat als de latere intracommunautaire levering aan de afnemer opnemen in de Opgaaf Intracommunautaire Prestaties (ICP). Deze wijziging van de Opgaaf ICP gaat per 1 april 2020 gelden.


2020: toerekening intracommunautaire vervoer bij ketentransacties
Bij ketentransacties waarbij één intracommunautaire goederenvervoersbeweging plaatsvindt, kan maar één levering in de keten de intracommunautaire levering zijn. De toerekening van het intracommunautaire vervoer bij ketentransacties blijkt in de praktijk een lastige opgave. Dit is met name het geval indien het vervoer plaatsvindt door of in opdracht van een tussenschakel in de keten. In dat geval kan zowel de levering aan als de levering door de tussenschakel de intracommunautaire zijn. Vanaf 1 januari 2020 gaan er in de EU uniforme regels gelden voor de toerekening van het vervoer in deze situatie. Worden de goederen van de eerste leverancier door of in opdracht van de tussenschakel vervoerd naar de laatste schakel in de keten, dan wordt het vervoer toegerekend aan de levering aan de tussenschakel. Verstrekt de tussenschakel aan de leverancier zijn btw-identificatienummer uit de EU-lidstaat van waaruit de goederen worden vervoerd, dan wordt het vervoer toegerekend aan de levering door de tussenschakel.    

 Wilt u weten of u voldoet aan de vereisten voor de toepassing van het nultarief bij intracommunautaire leveringen? Neem dan contact op met BTW-INSTITUUT. Zij kunnen u wegwijs maken in deze lastige regels, zodat u weet wanneer u wel/niet het nultarief mag toepassen en wat u in uw administratie vast moet leggen.


AFTREK VOORBELASTING

Herziening btw-aftrek algemene kosten
Een ondernemer die door hem aangekochte goederen en/of diensten gebruikt voor zowel btw-vrijgestelde als btw-belaste activiteiten, kan in principe slechts een deel van de btw aftrekken. Bij ingebruikneming van de goederen en/of diensten moet de in aftrek gebrachte btw herzien worden aan de hand van de gegevens van het tijdvak van ingebruikneming (omzetverhouding of werkelijk gebruik). Aan het eind van het boekjaar moet de aftrek van btw nogmaals (volledig) herzien worden aan de hand van de gegevens die gelden voor het gehele boekjaar. Te weinig in aftrek gebrachte btw kan in post 5b van de laatste btw-aangifte van het jaar alsnog geclaimd worden. Te veel afgetrokken btw moet in post 5b van deze btw-aangifte als negatief bedrag opgenomen en terugbetaald worden.


Herziening btw-aftrek investeringsgoederen
De aftrek van btw op aangeschafte goederen en diensten is in beginsel definitief na de herziening aan het eind van het jaar van ingebruikneming. Voor investeringsgoederen gaat na afloop van het boekjaar van ingebruikneming een herzieningstermijn van negen (onroerende goederen) of vier (roerende investeringsgoederen) jaren lopen. Met roerende investeringsgoederen wordt in dit kader bedoeld: roerende goederen waarop voor de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting wordt of zou kunnen worden afgeschreven. Bij herziening wordt getoetst of de mate van aftrek aan het einde van het jaar van ingebruikneming overeenstemt met het gebruik in de vier respectievelijk negen jaren daarna.

Anders dan bij de herziening die aan het einde van het boekjaar van ingebruikneming wordt verricht, wordt bij afwijking in latere jaren echter niet het hele bedrag van de eerder afgetrokken btw gecorrigeerd, maar slechts dat deel wat toerekenbaar is aan het betreffende jaar (1/10e deel bij onroerende goederen, 1/5e bij roerende investeringsgoederen). Wijzigt het gebruik van een onroerend goed in jaar 5 dus van volledig belast naar volledig vrijgesteld, dan betekent dit dat vanaf jaar 5 steeds jaarlijks 1/10e deel van de vroeger afgetrokken btw gecorrigeerd moet worden. Te weinig in aftrek gebrachte btw kan in post 5b van de laatste btw-aangifte van het boekjaar alsnog geclaimd worden. Te veel afgetrokken btw moet in post 5b van deze btw-aangifte als negatief bedrag worden opgenomen en terugbetaald worden.

Herziening blijft achterwege indien het bedrag dat op basis van de herzieningsregels voor aftrek in aanmerking komt niet meer dan 10% verschilt met het bedrag dat in aftrek is gebracht. Deze 10%-regel geldt zowel bij een terug te vragen bedrag als een te betalen bedrag.


Btw-heffing privégebruik zakelijke auto
Bij privégebruik (incl. woon-werkverkeer) van een auto van de zaak door de ondernemer, maten/firmanten of personeel in 2019 moet in de laatste aangifte van het kalenderjaar/boekjaar 21% btw betaald worden over de uitgaven voor dit privégebruik. Indien geen kilometeradministratie is bijgehouden dan is 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en bpm) verschuldigd. Hierop bestaat een uitzondering als na het jaar waarin de auto door de ondernemer in gebruik is genomen vier jaren zijn verstreken, de auto zonder btw is aangeschaft, als er een (sluitende) kilometeradministratie is bijgehouden, als er uitsluitend woon-werkverkeer heeft plaatsgevonden of als er een eigen bijdrage voor het privégebruik wordt betaald. Dit verschuldigde bedrag moet worden opgenomen in rubriek 1d van de btw-aangifte.

De heffing over het privégebruik vindt tijdsevenredig plaats. Een (aftrekgerechtigde) ondernemer die een auto met btw aanschaft en op 1 juli 2019 in gebruik neemt kan derhalve volstaan met een btw-correctie voor het privégebruik van 6/12 x 2,7% x catalogusprijs (incl. btw en bpm).


Btw-correctie zakelijk gebruik privéauto
Een (eenmans)ondernemer die zijn privéauto zakelijk gebruikt, heeft recht op aftrek van de btw op de kosten voor gebruik en onderhoud indien en voor zover hij btw-belaste prestaties verricht. Indien geen kilometeradministratie voorhanden is waaruit blijkt in welke mate de auto voor privédoeleinden is gebruikt, is goedgekeurd dat de btw-aftrek wordt beperkt naar rato van het verwachte privégebruik. Als het verwachte gebruik niet bekend is, moet worden uitgegaan van een zo nauwkeurig mogelijke schatting aan de hand van objectief vast te stellen feiten en omstandigheden, waaronder bijv. ervaringsgegevens.

De (eenmans)ondernemer mag echter ook de btw in aftrek brengen alsof de auto niet voor privédoeleinden wordt gebruikt en in rubriek 1d van de laatste btw-aangifte over 2019 een btw-correctie aangeven van 1,5 % van de catalogusprijs (incl. btw en bpm). Dit is echter uitsluitend toegestaan als uit de administratie niet blijkt in welke mate de auto in 2019 voor privédoeleinden is gebruikt.


Btw-heffing privégebruik investeringsgoederen
Heeft een ondernemer een investeringsgoed dat zowel zakelijk als privé wordt gebruikt volledig tot zijn btw-ondernemingsvermogen gerekend (en de btw volledig in aftrek gebracht), dan dient hij in de laatste aangifte over 2019 een heffing over het privégebruik aan te geven. De heffing over het privégebruik moet worden opgenomen in rubriek 1d van de btw-aangifte. De maatstaf van heffing voor het privégebruik wordt gevormd door de voor de dienst gemaakte uitgaven. De btw-heffing over het privégebruik vindt tijdsevenredig plaats. Dit betekent dat als een gemengd gebruikt goed op 1 juli 2019 in gebruik is genomen voor zakelijke en privédoeleinden slechts 6/12 van de ‘normale’ heffing over het privégebruik verschuldigd is. Er bestaat een onderscheid tussen kosten voor de verwerving of vervaardiging van het goed en de kosten voor het onderhoud, verbetering en dergelijke van het goed. Voor de forfaitaire btw-heffing ter zake van het privégebruik van de auto zie btw-heffing privégebruik zakelijke auto.

 Voor onroerende goederen die vanaf 2011 volledig tot het btw-ondernemingsvermogen zijn gerekend, heeft btw-aftrek plaatsgevonden naar rato van het (verwachte) zakelijk gebruik (voor btw-belaste activiteiten). Wijzigingen in het zakelijke en privégebruik op of na het moment van ingebruikneming worden gecorrigeerd op overeenkomstige wijze als bij wijzigingen in het belaste en vrijgestelde gebruik (herziening). Voor de herzieningsregels zie herziening btw-aftrek investeringsgoederen.

Verwervings- of vervaardigingskosten

De kosten die toerekenbaar zijn aan het privégebruik van het verworven of vervaardigde investeringsgoed, moeten worden bepaald op basis van het werkelijk privégebruik. De kosten worden uitgesmeerd over vijf (roerend investeringsgoed) of tien jaren (onroerend goed) waarbij het jaar van ingebruikneming telt als het eerste jaar. Het is aan de ondernemer om een methode te hanteren die het werkelijk privégebruik aannemelijk maakt. Dit kan bijvoorbeeld zijn op basis van oppervlakten (m²) of op basis van tijdsaanduidingen (dagen, nachten of uren). De ondernemer is gehouden te kiezen voor de methode die het meest aansluit bij het werkelijk privégebruik. Bij investeringsgoederen waarbij gemengd gebruik gelijktijdig plaatsvindt, bijvoorbeeld in een woon/bedrijfspand, kan het privégebruik meestal het beste aannemelijk gemaakt worden op basis van oppervlakten. Een tijdsevenredige berekening is daarentegen een goede methode voor een vakantiewoning die voor zakelijke of privédoeleinden gebruikt wordt.

Onderhouds- en verbeteringskosten e.d.

Ook de kosten die toerekenbaar zijn aan het privégebruik van de kosten voor het onderhoud, de verbetering en dergelijke moet worden toegerekend op basis van het werkelijk privégebruik. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor de berekening bij het verwerven en vervaardigen van het goed. Het privégebruik van de kosten voor onderhoud, verbetering, e.d. wordt volledig belast in het jaar van gebruik.


Btw-heffing over privégebruik diensten
De heffing over het privégebruik van diensten is volgens de staatssecretaris aan de orde bij het privégebruik van extern (met btw) ingekochte diensten zonder vergoeding en het privégebruik van intern door de ondernemer zelf verrichte diensten. Een voorbeeld van laatstgenoemde diensten is de ondernemer met een schoonmaakbedrijf die zijn personeel zijn privéwoning en/of woningen van zijn personeel laat schoonmaken. De btw is verschuldigd over de aan het privégebruik toerekenbare kosten. Dit verschuldigde bedrag moet worden opgenomen in rubriek 1d van de laatste btw-aangifte over 2019. 


Kantineverstrekkingen aan personeel
Het verstrekken van spijzen en dranken aan personeel leidt tot een btw-aftrekcorrectie indien de kosten van de personeelsvoorzieningen (inclusief het verstrekken van spijzen en dranken) per personeelslid meer bedragen dan € 227. Indien de kosten van de personeelsverstrekkingen exclusief het verstrekken van spijzen en dranken minder bedragen dan € 227 bedragen, wordt uitsluitend de aftrek ten aanzien van de kantineverstrekkingen gecorrigeerd.

Het totaal van de kosten van het verstrekken van spijzen en dranken wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

Kostprijs spijzen/dranken (ex. btw) € ....

Opslag 25% € ....+

Theoretische omzet € ....

Werkelijke omzet (incl. btw) € ....-

Verschil € ....

Aantal personeelsleden …./

Bevoordeling per personeelslid € ….


Het verschil tussen de theoretische omzet en de werkelijke omzet (de vergoedingen die aan het personeel in rekening zijn gebracht), is het bedrag dat uitgegeven is voor het personeel ten behoeve van het verstrekken van spijzen en dranken. Dit bedrag wordt gedeeld door het aantal personeelsleden zodat de verstrekking per personeelslid bekend is. Dit bedrag wordt opgeteld bij de eventuele overige personeelsverstrekkingen en vervolgens getoetst aan de grens van € 227. Blijft het totaal van de personeelsverstrekkingen (inclusief het verstrekken van spijzen en dranken) vervolgens onder deze grens, dan blijft een aftrekcorrectie achterwege. Wanneer de bevoordeling per personeelslid de € 227-grens overschrijdt, moet de aftrek gecorrigeerd worden met 9% btw maal het verschil.

 Volgens Hof Amsterdam geldt deze aftrekcorrectie ook voor het om zakelijke redenen verstrekken van spijzen en dranken door de werkgever aan zijn personeel tijdens (verplichte) vaktechnische overleggen en bijeenkomsten. Deze uitspraak zal met name voor (belasting)advies-, accountants-, notaris en advocatenkantoren relevant zijn.


TERUGGAAF BTW

Oninbare vorderingen
De btw over oninbare vorderingen moet worden teruggevraagd in de btw-aangifte over het tijdvak waarin duidelijk is dat uw klant niet meer zal betalen. De btw kan in ieder geval worden teruggevraagd uiterlijk één jaar na de uiterste betaaldatum van de factuur. Het bedrag dat teruggevraagd wordt, moet als negatieve omzet en negatieve btw bij vraag 1a of vraag 1b van die aangifte worden ingevuld.

 De eenjaarstermijn betekent dat ondernemers per vordering moeten bijhouden wanneer deze opeisbaar is geworden (lees: wanneer de eenjaarstermijn gaat lopen). In beginsel is dat de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen, tenzij de ondernemer met zijn afnemer een andere termijn is overeengekomen. Het verdient daarom aanbeveling om bijv. in het debiteurenoverzicht een aparte rubriek toe te voegen waaruit blijkt hoe lang de vordering openstaat. Hierdoor blijft het voor de ondernemer overzichtelijk wanneer de eenjaarstemijn is verstreken en in welk tijdvak hij zijn btw-teruggaaf in de btw-aangifte moet claimen.

 Het verdient aanbeveling om vóór het tekenen van een vaststellingsovereenkomst waarbij over een weer finale kwijting wordt verleend bij bijv. betaling van een percentage van de vordering contact met BTW-INSTITUUT op te nemen. Een dergelijke overeenkomst kan namelijk heel nadelig uitpakken voor de crediteur als daardoor de btw-claim op de fiscus ter zake van het onbetaald gebleven deel van de vordering verloren gaat.

 

Ambtshalve teruggaaf btw
Indien in het verleden ten onrechte of te veel btw op aangifte is afgedragen of te weinig btw in aftrek is gebracht, kan de ondernemer middels een afzonderlijk verzoek aan de inspecteur vragen om deze btw ambtshalve terug te geven. Ten aanzien van ten onrechte of teveel voldane btw die de ondernemer op facturen heeft vermeld (en die door de afnemer in aftrek kan zijn gebracht), kan de inspecteur nadere voorwaarden stellen, zoals het uitreiken van een herstelfactuur zonder btw en uitschakeling van het verlies van gevaar van belastinginkomsten (lees: de correctie van de aftrek van de ten onrechte of te veel gefactureerde btw door de afnemer). 

KLEINE ONDERNEMERSREGELING

 2020: nieuwe kleine ondernemersregeling
Met ingang van 1 januari 2020 wijzigt de kleine ondernemersregeling (KOR). De nieuwe KOR houdt in dat een kleine ondernemer die in Nederland is gevestigd, woont of een vaste inrichting heeft, kan kiezen - het is niet verplicht! - voor een btw-vrijstelling (zonder recht op btw-aftrek). De omzet mag in een kalenderjaar niet hoger zijn dan € 20.000. De nieuwe KOR staat ook open voor rechtspersonen, zoals verenigingen, stichtingen en B.V.’s. De kleine ondernemer die voldoet aan de voorwaarden, mag met ingang van 1 januari 2020 de nieuwe KOR toepassen indien hij (vanwege de ontheffing op basis van de oude KOR) door de Belastingdienst automatisch is aangemeld of indien hij zich uiterlijk op 20 november 2019 heeft aangemeld. Heeft een kleine ondernemer zich niet tijdig aangemeld dan kan hij pas vanaf het eerstvolgende kwartaal (1 april 2020) de nieuwe KOR toepassen. Bij een keuze voor de KOR, geldt deze regeling voor de duur van drie jaar. Ondernemers die de nieuwe KOR toepassen, hoeven geen btw-aangiften in te dienen en moeten een beperkte btw-administratie voeren. 

 De toepassing van de nieuwe KOR leidt niet tot een herziening van de eerder genoten btw-aftrek ter zake van investeringsgoederen (zonnepanelen bijv.) wanneer de herzieningscorrectie in het jaar minder bedraagt dan € 500.

 
MARGEREGELING/REISBUREAUREGELING

Verrekening jaarwinstmarge(s)
Een wederverkoper van margegoederen of een reisbureau (incl. touroperator) die de winstmarge niet per transactie, maar per tijdvak vaststelt (de zogenoemde globalisatieregeling) dient na afloop van het kalenderjaar 2019 de winstmarges van alle aangiftetijdvakken te salderen en het jaarsaldo (de jaarwinstmarge) vast te stellen. De wederverkoper moet de winstmarges van de verschillende tijdvakken salderen per goederensoort, dat wil zeggen: afzonderlijk voor goederen waarop het verlaagde tarief (9%) van toepassing is en voor goederen waarop het algemene btw-tarief (21%) van toepassing is. Na verrekening kan uit de jaarwinstmarge blijken dat minder btw verschuldigd is dan de wederverkoper of het reisbureau in 2019 op aangifte heeft voldaan. In dat geval kan de wederverkoper/het reisbureau de te veel voldane btw door middel van een schriftelijk verzoek terugvragen in het eerste aangiftetijdvak na afloop van 2019. De inspecteur stelt het bedrag dat de wederverkoper terugkrijgt, vervolgens vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Als een wederverkoper of reisbureau in 2019 een negatieve jaarwinstmarge behaald heeft, ontvangt hij op verzoek alle in 2019 voldane btw terug ter zake van margeverkopen. Bovendien moet hij de inspecteur schriftelijk verzoeken om de jaarwinstmarge op het negatieve bedrag vast te stellen. De hierop volgende beschikking van de inspecteur is voor bezwaar vatbaar. Het voordeel van de vaststelling van de negatieve jaarwinstmarge is dat de wederverkoper of het reisbureau deze mag verrekenen met de positieve jaarwinstmarge van 2020. Voor de wederverkoper dient de verrekening plaats te vinden per goederensoort, dat wil zeggen afzonderlijk voor goederen waarop het 9%-tarief van toepassing is en voor goederen waarop het 21%-tarief van toepassing is.


BUITENLANDSE BTW

MOSS
Nederlandse ondernemers die elektronische, telecommunicatie- of omroepdiensten (hierna: digitale diensten) verlenen aan particulieren/niet-ondernemers (hierna: consumenten) in andere EU-lidstaten zijn hierover btw verschuldigd in de lidstaat van de afnemer. Om te voorkomen dat een Nederlandse ondernemer zich in verschillende EU-lidstaten moeten registreren en aldaar btw-aangiften moeten indienen, is de Mini One Stop Shop-regeling (MOSS) of - in het Nederlands - de mini-één-loket-regeling in het leven geroepen. Voor het gebruik van de MOSS moet u zich aanmelden bij de Belastingdienst. Het gebruik van de MOSS is niet met terugwerkende kracht mogelijk.  

Voor kleine ondernemers die via het internet in beperkte mate digitale diensten verlenen aan consumenten in andere lidstaten geldt sinds vorig jaar een tegemoetkoming. Ondernemers die maar in één lidstaat gevestigd zijn en digitale verrichten aan consumenten in andere lidstaten zijn pas vanaf het drempelbedrag van €10.000 buitenlandse btw verschuldigd. Deze ondernemers kunnen wel kiezen – bijv. vanwege gunstiger btw-tarief in de lidstaat van de consument – om btw in de lidstaat van de consument te voldoen.

 Wilt u deskundige hulp bij het registreren voor de MOSS en/of wilt u weten of en, zo ja, in welke EU-lidstaten u btw verschuldigd bent en hoeveel? BTW-INSTITUUT neemt u deze zorg graag uit handen. Ook kunnen zij voor u checken of de facturen voldoen aan de lokale factuurvereisten en, zo nee, wat u dient te veranderen om wel aan deze vereisten te voldoen.

Afstandsverkopen
Een ondernemer die (bijv. via een webshop) goederen verkoopt aan particulieren en niet-aftrekgerechtigde ondernemers of rechtspersonen zonder buitenlands btw-identificatienummer in andere EU-lidstaten kan te maken krijgen met een registratieverplichting voor btw-doeleinden in het buitenland. Hiervan is sprake indien de ondernemer zorg draagt voor het vervoer en de verzending naar een andere EU-lidstaat en het door de lidstaat van bestemming vastgestelde drempelbedrag is overschreden. Op de website van BTW-PLAZA kunt u een overzicht downloaden van de buitenlandse grensbedragen voor afstandsverkopen.

 Neem bij overschrijding van één of meerdere drempelbedragen in 2019 (en eventuele vorige jaren) contact met op met BTW-INSTITUUT. Zij kunnen u informeren over de risico’s en de mogelijkheden om ten aanzien van 2019 (en eventuele vorige jaren) alsnog aan de btw-verplichtingen te voldoen. Daarnaast kunnen zij zorgen voor de benodigde btw-registratie(s) evenals het indienen van de periodieke buitenlandse btw-aangiften. Ten slotte kunnen zij voor u nagaan of het in verband met een lager btw-tarief voordeliger is om u vanaf de eerste afstandsverkoop in het buitenland te registreren voor de btw.

Teruggaaf buitenlandse btw
Buitenlandse btw die de ondernemer in 2019 in een andere EU-lidstaat heeft betaald, dient uiterlijk op 30 september 2020 te worden teruggevraagd via de elektronische portaalsite van de Belastingdienst. Het verdient aanbeveling om deze datum alvast te noteren in uw agenda. De Belastingdienst stuurt dit verzoek door naar de EU-lidstaat dat de btw-teruggaaf moet verlenen.

 Het berekenen van de btw die voor teruggaaf in aanmerking komt, vergt kennis van de lokale btw-regels in de lidstaat van teruggaaf. Het niet zorgvuldig indienen van (hoge) teruggaafverzoeken kan leiden tot nadere vragen van de lidstaat van teruggaaf. Hierdoor kan de terugbetaling van de buitenlandse btw aanzienlijk vertraagd worden. Bovendien wordt een teruggaafverzoek geweigerd indien u zich voor een levering of dienst een btw-nummer in die EU-lidstaat had moeten aanvragen. Wilt u dit risico tot een minimum te beperken? Maak gebruik van de btw- en accijnsteruggavetool op BTW-PLAZA of neem contact op met BTW-INSTITUUT.
 

BTW-AANGIFTE

Pas indien nodig btw-aangiftetermijn aan
Het indienen van een btw-aangifte per kwartaal in plaats van per maand levert een financieringsvoordeel op indien de btw-ondernemer per kwartaal per saldo btw moet betalen. Als een btw-ondernemer - bijv. vanwege goederenleveringen of diensten met 0% btw of diensten aan buitenlandse afnemers - per kwartaal per saldo recht heeft op een teruggaaf van btw dan verdient het aanbeveling om per maand btw-aangifte te gaan doen. Hierdoor beschikt de btw-ondernemer sneller over de terug te ontvangen btw.

Suppletieaangifte
Indien blijkt dat er in de periode van 2014 tot en met 2019 te weinig btw is voldaan moet de btw-ondernemer (op straffe van een vergrijpboete van maximaal 100%) door middel van een suppletieaangifte de onjuist ingediende btw-aangifte(n) herstellen. De suppletieaangifte dient in de beveiligde omgeving elektronisch te worden ingevuld en ingediend. Een correctie van de laatst ingediende btw-aangifte (derde kwartaal of november 2019) tot een bedrag van € 1.000 mag in de laatste btw-aangifte over 2019 worden verwerkt.

 De Belastingdienst controleert de jaarrekeningen op openstaande btw-schulden. Indien in uw jaarrekening een openstaande btw-schuld staat en u geen suppletieaangifte indient dan neemt u hiermee een risico op een forse vergrijpboete!

Het indienen van een suppletieaangifte kan leiden tot een verzuimboete wanneer de suppletieaangifte bedoeld is voor het herstel van eerder te laag berekende en op aangifte voldane btw. Wanneer de suppletieaangifte vrijwillig wordt ingediend legt de inspecteur geen vergrijpboete op. De inspecteur legt ook geen verzuimboete op indien de verschuldigde btw € 20.000 is of minder of minder is dan 10% van het eerder in het tijdvak waarop de suppletieaangiften betrekking heeft, betaalde bedrag. In andere gevallen bedraagt de verzuimboete 5% van het verschuldigde bedrag met een maximumbedrag van € 5.278. Er mag geen verzuimboete worden opgelegd als er sprake is van afwezigheid van alle schuld of een pleitbaar standpunt.


ADMINISTRATIE

Oude administratie
Boeken, bescheiden en andere gegevensdragers moeten normaal gesproken zeven jaar bewaard worden. De wettelijke bewaarplicht geldt voor het grootboek, de facturen van debiteuren en crediteuren, voorraadgegevens, in- en verkoopadministratie, etc. Voor gegevensdragers met betrekking tot onroerende goederen geldt een bewaarplicht van negen jaren na het jaar van ingebruikneming. Het maakt voor de bewaarplicht niet uit of het papieren of elektronische gegevensdragers zijn. De oude administratie waarvoor de bewaartermijn verstreken is kunt u daarom vernietigen, tenzij over deze jaren nog een bezwaar- of beroepsprocedure inzake de btw aanhangig is.

BTW-PLAZA heeft de eindejaarstips 2019 met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Niettemin aanvaardt BTW-PLAZA geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden of onvolkomenheden in de eindejaarstips 2019. Niets uit deze eindejaarstips 2019 mag zonder voorafgaande toestemming van BTW-PLAZA worden overgenomen.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik