U bevindt zich hier:

Een uitspraak van het HvJ over het btw-ondernemerschap van een commissaris was voor Kamerlid Omtzigt (CDA) reden om Kamervragen te stellen aan staatssecretaris Snel van Financiën. Deze vragen zijn recent beantwoord.

Het HvJ heeft op 13 juni jl. in de zaak IO geoordeeld dat een lid van de Raad van Commissarissen van een stichting voor zijn werkzaamheden als commissaris tegen een (vaste) vergoeding geen btw-ondernemer is. Volgens het HvJ is er geen verhouding van ondergeschiktheid aanwezig met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden aangezien de leden van een Raad van Commissarissen, met name bij het bepalen van hun werkwijze, niet gebonden zijn aan instructies van het bestuursorgaan van de betrokken stichting.

Naar aanleiding van dit arrest heeft Kamerlid Omtzigt de vraag gesteld of de staatssecretaris kan aangeven welke toezichthouders in Nederland dus niet btw-plichtig zijn en of dit in een beleidsbesluit kan worden vastgelegd. In antwoord hierop geeft staatssecretaris Snel aan dat het arrest naar zijn mening onvoldoende duidelijkheid biedt om een algemene, voor iedereen geldende beleidslijn in een besluit vast te leggen. De vaststelling van de belastingplicht voor de btw is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het individuele geval en de beoordeling hiervan is voorbehouden aan de inspecteur, aldus Snel. Hij wijst erop dat de Hoge Raad binnenkort uitspraak doet in een zaak over de btw-belastbaarheid van vacatiegelden (klik hier voor de uitspraak van Hof Amsterdam in deze zaak) en dat na dit arrest opnieuw gekeken zal worden of het mogelijk is om de btw-plicht van toezichthouders te verduidelijken in een beleidsbesluit.

Kamerlid Omtzigt wil daarnaast van de staatssecretaris weten hoe omgegaan wordt met een 'Verklaring omtrent de hoedanigheid van belastingplichtige' waarin de Belastingdienst in het verleden aangegeven heeft dat iemand btw-plichtige is en dat volgens EU- recht toch niet blijkt te zijn. Snel geeft aan dat hieraan een beoordeling ten grondslag ligt, die gemaakt is op grond van het op dat moment geldende toetsingskader. Als de feiten of het toetsingskader wijzigen, vervalt de verklaring, maar niet met terugwerkende kracht.

De volgende vraag is wat mensen moeten doen als zij sinds 2012 btw in rekening gebracht hebben en nu niet btw-plichtig blijken te zijn onder Europees recht. De staatssecretaris adviseert deze mensen contact op te nemen met de belastinginspecteur. Voor de voldoening op aangifte van btw over tijdvakken die in het verleden liggen geldt dat als de toezichthouder niet tijdig bezwaar (heeft ge)maakt tegen de voldoening van btw op aangifte, deze tijdvakken onherroepelijk vaststaan en naar aanleiding van het recente arrest IO geen recht op ambtshalve teruggaaf van btw bestaat.

In ons eerdere nieuwsbericht over het arrest is al op een rij gezet wat het arrest praktisch voor u betekent.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik