U bevindt zich hier:

Feiten


Een ondernemer exploiteert een attractiepark genaamd Toverland. Op het terrein van Toverland bevindt zich een parkeerterrein voor auto’s en bussen en een fietsenstalling. De ondernemer verleent tegen een vergoeding (inclusief 6% btw, nu 9% btw) toegang tot het park. Uitzondering hierop is de gratis toegang voor kinderen kleiner dan 90 centimeter en rolstoelgebruikers. Voor het parkeren van auto’s hanteert de ondernemer het algemene btw-tarief (21% btw). Het parkeren van touringcars en het stallen van fietsen is gratis.


Het parkeerterrein is alleen toegankelijk via een slagboom en het parkeren op het parkeerterrein is alleen toegestaan voor bezoekers van het park. Dit staat ook op de bebording bij de slagboom aangegeven. Het parkeerterrein kan alleen verlaten worden met gebruikmaking van een parkeerkaart. Parkeerkaarten zijn te koop in combinatie met entreekaarten (onder meer) aan de entreekassa’s en op drukke dagen eveneens bij de parkeerautomaat op het parkeerterrein zelf. De openingstijden van het parkeerterrein zijn afgestemd op die van het park. Anderen dan bezoekers kunnen feitelijk parkeren op het parkeerterrein zonder het attractiepark te bezoeken, namelijk door het verbod om daar te parkeren zonder het park te bezoeken te negeren, de slagboom in werking te stellen en een parkeerkaart aan te schaffen. Ook langs alle toegangswegen rond het park geldt een parkeerverbod.

In de directe omgeving van het attractiepark bevinden zich geen attracties of andere activiteiten waardoor het aantrekkelijk zou kunnen zijn om gebruik te maken van de parkeergelegenheid van de ondernemer. De ondernemer heeft bezwaar gemaakt tegen eigen aangifte en is van mening dat het 9% btw-tarief van toepassing is met betrekking tot het bieden van parkeergelegenheid.


Hof

De Hoge Raad heeft in zijn eerdere arrest, Nationale Park de Hoge Veluwe, geoordeeld dat het gebruik maken van parkeergelegenheid voor een auto op de plaats van bestemming in beginsel een doel op zich vormt en belast is tegen het algemene btw-tarief. Het hof leidt echter uit de door de Hoge Raad gebruikte bewoordingen af dat het parkeren bij een attractiepark niet in alle gevallen een doel op zich is, maar dat de feiten en omstandigheden aanwijzingen kunnen geven dat het aanbieden van parkeergelegenheid slechts een middel is om van de hoofdprestatie optimaal gebruik te kunnen maken. Dit is in deze casus het geval. Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het parkeren in dit geval geen doel op zich is, maar ‘slechts’ een middel is om van de hoofdprestatie optimaal gebruik te kunnen maken. Het bieden van parkeergelegenheid is een bijkomende prestatie die opgaat in de hoofdprestatie, het toegang verlenen tot het attractiepark.

Het hof haalt hier de volgende feiten en omstandigheden aan: i) de ligging van het attractiepark buiten de bebouwde kom, ii) de beperkte bereikbaarheid met andere vervoermiddelen dan de auto,ii) bezoekers bezoeken het park hoofdzakelijk per auto iii) parkeren op het parkeerterrein van het attractiepark is zonder het bezoeken van het park niet toegestaan iv) parkeren in de directe omgeving is niet toegestaan, v) de dichtstbijzijnde parkeerplaats is gelegen op twee kilometer afstand vi) er zijn geen attracties of andere activiteiten in de buurt van het park waardoor het aantrekkelijk zou zijn voor een niet-bezoeker van het park om gebruik te maken van de parkeergelegenheid van belanghebbende.

bekijk onze abonnementen

Wilt u de (volledige) inhoud lezen?

Log in op BTW-PLAZA of word abonnee en krijg toegang.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik