U bevindt zich hier:

Feiten

Een regionaal gezondheidscentrum biedt integrale zorg aan en heeft hiervoor zorgverleners in dienst, zoals fysiotherapeuten en psychologen. Het regionaal gezondheidscentrum heeft onder meer diensten verricht aan een stichting. Deze stichting is een organisatie voor jeugdbescherming, jeugdhulpverlening en onderwijs en is een van de cliënten van het regionale gezondheidscentrum. De bedrijfsarts van de stichting heeft een aantal medewerkers van de stichting doorverwezen naar het regionaal gezondheidscentrum voor de behandeling van fysieke en psychische klachten. De zorgverzekeraar van de stichting betaalt de nota’s van het regionaal gezondheidscentrum. In geschil is of sprake is van btw-vrijgestelde zorg of van detachering van personeel.

Rechtbank

De dienstverlening door het regionaal gezondheidscentrum moet volgens de rechtbank worden aangemerkt als vrijgestelde zorgverlening en niet als het ter beschikking stellen van personeel. De rechtbank oordeelt dat de stichting diensten afneemt van het regionaal gezondheidscentrum in verband met zorg voor haar werknemers. Dat niet het regionaal gezondheidscentrum deze zorg verleent, maar de zorgverleners die zij in dienst heeft, maakt dat niet anders. Ook het feit dat de werknemers/zorgverleners onder leiding en toezicht van het regionaal gezondheidscentrum staan, maakt evenmin dat sprake is van detachering van personeel. Ook het beroep van de inspecteur op het arrest van HR 11 augustus 2017 geeft geen aanleiding tot een ander oordeel. Volgens de rechtbank was de feitelijke situatie in die zaak wezenlijk anders. Zo was in die zaak aan de orde dat de desbetreffende werknemers/artsen voor een bepaald aantal uren per week in het organisatorische verband van een ziekenhuis werden geplaatst voor het verlenen van gezondheidskundige zorg en dat deze werknemers/artsen hun werkzaamheden onder verantwoordelijkheid en voor risico van de ziekenhuizen verrichtten. Daarentegen is in deze zaak geen sprake van dat de zorgverleners van het regionaal gezondheidscentrum in het organisatorisch verband van de stichting worden geplaatst, noch dat deze zorgverleners hun werkzaamheden onder verantwoordelijkheid en risico van de stichting verrichten.

De rechtbank heeft de indruk dat de inspecteur sterk de nadruk legt op de omstandigheid dat in het arrest van HR 11 augustus 2017 wordt gewezen op ‘de verhouding van ondergeschiktheid waarin de artsen juridisch ten opzichte van belanghebbende staan’. Dat laatste moet volgens de rechtbank echter worden gezien tegen de achtergrond van de in die zaak voorliggende rechtskundige kwestie wat betreft de verhouding van die zaak tot het eerdere arrest HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1374, BNB 2014/188. Het arrest van HR 11 augustus 2017 kan in elk geval niet zo worden begrepen dat steeds indien sprake is van bedoelde ondergeschiktheid van degenen die feitelijk de zorg verlenen (hier: de zorgverleners) tot de partij die contractueel de dienst ( hier: het regionaal gezondheidscentrum) aan een andere partij (hier: de stichting) er sprake is van ter beschikking stellen van personeel van die eerstbedoelde partij aan de laatstbedoelde partij.




BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik