U bevindt zich hier:

Ter opmerking: in Nederland is een intracommunautaire levering onderworpen aan het 0%-tarief met recht op aftrek van voorbelasting. In andere lidstaten wordt de intracommunautaire levering aangemerkt als vrijgestelde levering met recht op aftrek van voorbelasting.

Feiten

Harry Mensing verricht activiteiten op het gebied van handel in kunstvoorwerpen in verschillende steden in Duitsland. In het belastingjaar 2014 heeft hij onder andere kunstvoorwerpen verworven van makers uit andere lidstaten. Deze leveringen werden in de lidstaat van oorsprong vrijgesteld van btw, maar Mensing heeft daarover wel btw over intracommunautaire verwervingen betaald. Daarbij heeft hij geen gebruik van het recht op aftrek gemaakt. De Duitse Belastingdienst wijst het verzoek van Mensing om toepassing van de winstmargeregeling af, omdat de makers hebben geprofiteerd van de btw-vrijstelling met recht op aftrek van voorbelasting. De verwijzende Duitse rechter heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ.

HvJ

Wisselwerking tussen art. 314 en art. 316 btw-richtlijn

Art. 316 btw-richtlijn bepaalt dat lidstaten aan belastingplichtige wederverkopers het recht verlenen om te kiezen voor toepassing van de winstmargeregeling op leveringen van de door dat artikel limitatief opgesomde goederen. Uit de bewoordingen van art. 316 btw-richtlijn blijkt niet dat dit keuzerecht ondergeschikt is aan de naleving van de voorwaarden van art. 314 onder a tot en met d.

Het is in strijd met de bewoordingen van art. 316, lid 1 b btw-richtlijn als een lidstaat het recht van een belastingplichtige wederverkoper om de winstmargeregeling toe te passen op een levering die volgt op een intracommunautaire levering van een kunstvoorwerp onderwerpt aan de voorwaarde dat het kunstvoorwerp werd geleverd door een van de in art. 314 onder a tot en met d opgesomde personen.

Slotconclusie

Kortom, het HvJ heeft geoordeeld dat Mensing er voor kan kiezen om de winstmargeregeling toe te passen op een levering van kunstvoorwerpen die hem in een eerder stadium door de maker zijn geleverd in het kader van een ICL. Het is volgens het HvJ dus niet van belang dat deze persoon niet behoort tot de in art. 314 btw-richtlijn opgesomde categorieën personen.

Verder merkt het HvJ nog op dat Mensing op basis van art. 322, onder b btw-richtlijn geen recht heeft op aftrek van de btw die hij heeft betaald over de intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen op de levering waarvan hij de winstmargeregeling toepast. Dit is zelfs het geval als het nationale recht een dergelijk recht op aftrek van belasting niet uitsluit.

bekijk onze abonnementen

Wilt u de (volledige) inhoud lezen?

Log in op BTW-PLAZA of word abonnee en krijg toegang.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik