U bevindt zich hier:

In de zaak Gemeente Barendrecht heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de levering van een nieuw schoolgebouw door de gemeente geen economische activiteit is, omdat geen rechtstreeks verband bestaat tussen de overdracht en het betaalde bedrag.

 

Feiten

In deze zaak gaat het om de gemeente Barendrecht (hierna: de gemeente) die samen met twee VO-scholen en twee mbo-scholen heeft afgesproken een lokaal onderwijscentrum (hierna: LOC) te realiseren. De totale stichtingskosten van het gebouw bedroegen ruim € 18,2 mio inclusief btw. Het schoolgebouw heeft bouwkundige voorzieningen die buiten de bekostigingsnormen uit de Wet VO vallen, zogeheten meerwerk. De gemeente is met de schoolstichting en –vereniging overeengekomen dat zij tezamen het nieuwe schoolgebouw kopen voor een bedrag van ruim € 687.000 inclusief btw. Dit bedrag is afgeleid van de kosten van het meerwerk. Daarnaast zijn de gemeente, de stichting en de vereniging overeengekomen dat de laatstgenoemden een periode van 15 jaar jaarlijks een bedrag van € 90.000 moeten betalen. Dit bedrag is gelijk aan de huursom die de mbo-scholen aan de stichting en vereniging moeten betalen voor het gebruik van een deel van het schoolgebouw. In juni 2015 heeft de gemeente het gebouw geleverd aan de stichting en vereniging. Zij heeft de btw die drukt op de bouw van het schoolgebouw niet in aftrek gebracht in de aangifte over het tweede kwartaal 2015, maar na indiening van deze aangifte bezwaar gemaakt tegen de voldoening van btw op aangifte en verzocht om teruggaaf. De inspecteur van de Belastingdienst heeft de teruggaaf geweigerd, omdat hij van mening is dat de gemeente geen recht heeft op aftrek van de bouw-btw, omdat de gemeente het schoolgebouw niet onder bezwarende titel heeft geleverd aan de stichting en vereniging.

Procedure

In deze casus heeft Rechtbank Den Haag geoordeeld dat geen sprake is van een levering onder bezwarende titel. In hoger beroep oordeelde Hof Den Haag dat de levering van het gebouw geen economische activiteit is. Naar het oordeel van het hof heeft de gemeente weliswaar een prestatie tegen vergoeding verricht, maar heeft zij ter zake van de overdracht van het gebouw geen prestaties in het economisch verkeer verricht, omdat de levering van een dergelijk schoolgebouw door onafhankelijk van elkaar optredende marktpartijen niet onder dezelfde omstandigheden zou hebben plaatsgevonden. Het hof oordeelde dan ook dat het rechtstreeks verband tussen de levering van het schoolgebouw en de vergoeding ontbreekt.

Hoge Raad

In het door de gemeente ingestelde cassatieberoep bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof, zij het op een andere grond. Onder verwijzing naar het arrest gemeente Borsele geeft de Hoge Raad aan dat het begrip economische activiteit veronderstelt dat belastbare handelingen worden verricht, dat wil zeggen dat de uitoefening van een activiteit tot gevolg heeft dat een levering, dienst of intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel plaatsvindt. Een goederenlevering wordt geacht onder een bezwarende titel te zijn verricht als tussen de levering en de ontvangen tegenprestatie een rechtstreeks verband bestaat. Een rechtstreeks verband is alleen aan de orde als er tussen de leverancier en de koper een rechtsbetrekking bestaat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld en waarbij de door de leverancier ontvangen prijs de werkelijke tegenwaarde vormt voor het geleverde goed, aldus de Hoge Raad, verwijzend naar het arrest Gmina Wrocław.

Voor de beoordeling of er een rechtstreeks verband bestaat tussen een levering en een ontvangen tegenprestatie is volgens de Hoge Raad niet relevant of de prijs hoger of lager is van de kostprijs. Ook is niet van belang of de prijs hoger of lager is dan de normale marktprijs. Er kan echter geen rechtstreeks verband worden aangenomen als het bedrag dat als tegenprestatie wordt ontvangen slechts ten dele de verrichte of te verrichten prestatie vergoedt en de hoogte ervan is bepaald op basis van andere factoren die afdoen aan dat rechtstreekse verband. In casu heeft de gemeente bedragen ontvangen die – naar vaststaat – deels afgeleid zijn van de kosten van het meerwerk en deels een bijdrage zijn ter grootte van de jaarlijkse huursom van de mbo-scholen. Om die reden heeft het hof geoordeeld dat de bedragen die de stichting en vereniging betaald hebben niet de werkelijke tegenwaarde voor de levering van het schoolgebouw vormden. Aldus begrepen geeft het oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, aldus de Hoge Raad, en het is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het hof heeft daarom terecht beslist dat de gemeente geen recht heeft op aftrek van de btw op de bouwkosten.


bekijk onze abonnementen

Wilt u de (volledige) inhoud lezen?

Log in op BTW-PLAZA of word abonnee en krijg toegang.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik