U bevindt zich hier:

Feiten

De Deense vennootschap C&D Foods maakt deel uit van de internationale groep Arovit. C&D Foods houdt 100% van de aandelen in Arovit Holding, die op haar beurt alle aandelen in Arovit Petfood in handen heeft. Tot de groep behoren nog eens 13 in verschillende Europese landen gevestigde vennootschappen waarvan de aandelen in handen zijn van Arovit Petfood. Vanaf 2007 heeft C&D Foods ten behoeve van haar kleindochter, Arovit Petfood, op basis van een managementovereenkomst verschillende aan btw onderworpen diensten op het gebied van beheer en IT, waaronder boekhouding, crediteuren- en debiteurenadministratie en budgettering verricht. C&D Foods heeft hier een vergoeding voor ontvangen. Wat de andere vennootschappen van de groep aangaat, bleef de rol van C&D Foods beperkt tot het bezit van de aandelen in die vennootschappen.
Voor de verkoop van aandelen in Arovit Holding en Arovit Petfood besluit C&D Foods een advocatenkantoor in te schakelen. Door het advocatenkantoor werd ten behoeve van C&D Foods één ontwerpovereenkomst opgesteld voor de verkoop van de aandelen aan een destijds niet bij naam genoemde koper. Voor die consultancywerkzaamheden heeft ht advocatenkantoor gefactureerd aan C&D Foods een honorarium vermeerderd met btw. Van het voornemen om de aandleen te verkopen werd in de herfst van 2009 echter afgezien, omdat geen koper kon worden gevonden.

Procedure

C&D Foods heeft verzocht om aftrek van de aan het advocatenkantoor over het honorarium betaalde btw. Zowel de Deense Belastingdienst als de rechter weigerde echter de aftrek van btw. C&D Foods heeft beroep hiertegen ingesteld. De verwijzende rechter heeft vervolgens prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ.

A-G

De A-G is van mening dat de btw-richtlijn aldus moet worden uitgelegd dat tot de economische activiteit niet alleen de handelingen ter voorbereiding van de economische activiteit behoren maar ook de handelingen ter beëindiging ervan omvat. De A-G concludeert dat ook de vervreemding van aandelen in een kleindochteronderneming, waardoor een voorheen uitgeoefende belaste activiteit, namelijk de inmenging in het beheer van die onderneming met het oog op het verrichten van belaste handelingen, wordt beëindigd, een economische activiteit vormt.

De A-G stelt dat recht op aftrek van de voorbelasting uitsluitend bestaat voor uitgaven die rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met een belaste handeling in een later stadium. Er bestaat dus geen recht op aftrek van voorbelasting wanneer sprake is van een rechtstreeks en onmiddellijk verband met een vrijgestelde activiteit. Een aandelenvervreemding is in beginsel van btw vrijgesteld op grond van art. 135, lid 1, f. De loutere voorbereiding van een aandelenvervreemding is volgens de A-G ook van btw vrijgesteld. Volgens de A-G moet de verwijzende rechter onderzoeken of de betrokken consultancydiensten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met de voorgenomen vrijgestelde handeling.

In geval van een aandelenvervreemding hanteert het HvJ voor de vaststelling of een handeling in een eerder stadium rechtstreeks en onmiddellijk verband houdt met die transactie, het criterium dat de gedane uitgaven zijn opgenomen in de prijs van de aandelen of deelnemingen. Relevant in deze context is volgens de A-G dat de vaststelling van het HvJ dat de gedane uitgaven hun neerslag moeten vinden in de prijs van de aandelen, echter niet betekent dat een daadwerkelijke prijsverhoging vereist is, bijvoorbeeld doordat een bepaald bedrag bij de verkoopprijs wordt opgeteld.

Indien de verwijzende rechter geen rechtstreeks en onmiddellijk verband met de vrijgestelde handelingen in verband met de voorgenomen aandelenverkoop kan vaststellen moet worden onderzocht of er een verband bestaat met de algehele economische activiteit van de onderneming. In zoverre het HvJ voor de aftrekbaarheid van voorbelasting in de context van de algemene kosten verlangt dat de kosten voor de handelingen in een eerder stadium zijn verrekend in de prijzen van de door de belastingplichtige geleverde goederen of verrichte diensten, impliceert dit volgens de A-G niet dat de prijzen per se rekenkundig moeten worden verhoogd. Volgens de A-G is geen daadwerkelijke prijsverhoging vereist, doch enkel dat bepaalde uitgaven behoren tot de elementen die de prijs van het gehele aanbod van goederen of diensten van de belastingplichtige bepalen. Doorslaggevend is volgens de A-G enkel dat de handelingen in een eerder stadium economisch en objectief in verband staan met de belaste activiteit, bijvoorbeeld omdat de omvang van de winst ervan afhangt.

bekijk onze abonnementen

Wilt u de (volledige) inhoud lezen?

Log in op BTW-PLAZA of word abonnee en krijg toegang.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik