U bevindt zich hier:

Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat de BV voor de door haar verrichte diensten op het gebied van bedrijfsmaatschappelijk werk geen recht heeft op de sociaal culturele vrijstelling van art. 11, lid 1, onderdeel f Wet OB.

Feiten

Een BV verricht, naast haar optreden als houdster en beheersmaatschappij, activiteiten die bestaan uit het verzorgen van coach, trainingen en consultancy op het gebied van management alsmede bedrijfsmaatschappelijk werk. De feitelijke werkzaamheden op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk worden door een van de aandeelhouders van de BV verricht. In geschil is of op de door de BV verrichtte werkzaamheden op het gebied van bedrijfsmaatschappelijk werk de vrijstelling van art. 11, lid 1, onderdeel f Wet OB van toepassing is.

Rechtbank

Rechtbank Den Haag stelt dat de BV voor de door haar verrichte diensten op het gebied van bedrijfsmaatschappelijk werk geen recht heeft op de btw-vrijstelling voor sociale en culturele instellingen. Volgens de rechtbank is de BV namelijk niet aan te merken als een sociale instelling. De rechtbank overweegt daarbij dat de activiteiten van de BV niet alleen bestaan uit bedrijfsmaatschappelijk werk, maar ook in aanzienlijke mate uit andere, niet op het sociaal en/of cultuur gebied gelegen activiteiten. Dit is ook in lijn met de uit de statuten blijkende doelstellingen van de BV en volgt ook uit de toelichting van de jaarstukken van zowel 2015 en 2016 waarin staat vermeld dat de activiteiten van de BV voornamelijk bestaan uit het geven van trainingen alsook uit de toelichting op de winst- en verliesrekening van zowel 2015 en 2016 waarin de gehele omzet is verantwoord als ‘omzet trainingen en detachering’. Onder deze omstandigheden kwalificeert de BV naar het oordeel van de rechtbank niet als een instelling voor algemeen maatschappelijk en bedrijfsmaatschappelijk werk.

Dat de activiteiten op het gebied van het (bedrijfs-)maatschappelijk werk worden verricht door de medeaandeelhouder en enig werknemer van de BV die als maatschappelijk werker is geregistreerd in het landelijk register BPSW, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen, ook bezien in samenhang met het feit dat één van de statutaire doelstellingen van de BV is ‘het uitoefenen van bedrijfsmaatschappelijk werk’.

Verder merkt de rechtbank nog op dat voor de door de BV verrichte werkzaamheden op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk geldt dat sprake is van het uitlenen van personeel. Tevens faalt het beroep van de BV op het neutraliteitsbeginsel.

De rechtbank komt tot de slotsom dat de BV geen recht heeft op toepassing van de sociaal culturele vrijstelling.

bekijk onze abonnementen

Wilt u de (volledige) inhoud lezen?

Log in op BTW-PLAZA of word abonnee en krijg toegang.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik