U bevindt zich hier:

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het tegen vergoeding ter beschikking stellen van ruimte voor de opslag van goederen in dit geval de verhuur van een onroerende zaak vormt.

Feiten

Een ondernemer exploiteert een gebouw waarin zich meerdere afzonderlijke eenheden bevinden. De ondernemer stelt (gedeelten van) deze eenheden (hierna: de opslagruimten) tegen vergoeding ter beschikking voor de opslag van goederen. De ondernemer zorgt voor permanente bewaking van het pand. Het pand is voorzien van ventilatie en van verwarming zodat de temperatuur nooit lager dan 6 graden Celsius wordt. De openingstijden van het gebouw zijn beperkt. Klanten kunnen alleen in het gebouw komen om goederen van en naar de opslagruimte te brengen. Klanten kunnen gebruik maken van een bestelbus of een aanhangwagen.

Procedure

De inspecteur is van mening dat de terbeschikkingstelling van de opslagruimten moet worden aangemerkt als verhuur van onroerende zaken. Hof ’s Hertogenbosch oordeelt dat er sprake is van verhuur van een onroerende zaak, zodat de ondernemer geen recht heeft op aftrek van voorbelasting. Het hof overweegt daarbij dat het doel van het sluiten van de overeenkomst weliswaar opslag is, maar dat de ondernemer daarin voorziet door een overeenkomst aan te bieden die recht geeft op het exclusieve gebruik van een afzonderlijke, afgebakende ruimte. De eventuele bijkomende diensten, alsmede de beperking van de toegang tot het gehuurde tot (verruimde) kantoortijden, doen aan de kern van die overeenkomst naar het oordeel van het hof niet af. Volgens het hof is ook bij de reguliere verhuur van onroerende zaken gebruikelijk dat aanvullende diensten worden aangeboden. De ondernemer gaat vervolgens in cassatie.

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat bij de beantwoording van de vraag of een prestatie die niet alleen het passief ter beschikking stellen van een onroerende zaak behelst, maar ook andere activiteiten omvat als verhuur van een onroerende zaak moet worden aangemerkt, moet worden beoordeeld of deze andere activiteiten als bijkomstig aan die terbeschikkingstelling moeten worden beschouwd. Indien het gaat om handelingen om een specifiek gebruik van de onroerende zaak door de huurder mogelijk te maken, dient te worden beoordeeld of deze activiteiten voor het doel van het gebruik van de ter beschikking gestelde onroerende zaak van ondergeschikt belang zijn en daarom geen toegevoegde waarde van betekenis opleveren. Naar het oordeel van de Hoge Raad ligt in het oordeel van het hof besloten dat de voor de opslag ter beschikking gestelde voorzieningen en aanvullend dienstbetoon van ondergeschikt belang zijn voor de terbeschikkingstelling van de opslagruimten. Bij dit oordeel heeft het hof geen verkeerde maatstaf aangelegd. De bestreden oordelen van het hof geven ook voor het overige geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn ook niet onbegrijpelijk. Het cassatieberoep is daarom ongegrond.

bekijk onze abonnementen

Wilt u de (volledige) inhoud lezen?

Log in op BTW-PLAZA of word abonnee en krijg toegang.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik