U bevindt zich hier:

Advocaat-generaal Wahl concludeert dat Kollroβ en Wirtl recht hebben op aftrek van de voorbelasting op de vooruitbetalingsfactuur.

Feiten

Kollroβ heeft op 10 april 2010 een blokverwarmingscentrale bestelt bij een onderneming. De onderneming heeft de order op 12 april 2010 bevestigd en een vooruitbetalingsfactuur gestuurd van €30.000, exclusief btw ten bedrage van € 5.700. Kollroβ heeft vervolgens de vooruitbetalingsfactuur van €30.000 betaalt en de in rekening gebrachte btw in aftrek gebracht. De datum waarop de blokverwarmingscentrale geleverd zou worden, stond toen nog niet vast. De blokverwarmingscentrale is echter niet geleverd. De Duitse Belastingdienst was van mening dat Kollroβ geen recht heeft op aftrek van de voorbelasting. Wirtl overkomt hetzelfde. De Duitse rechter heeft prejudiciële vragen gesteld in deze zaken.

Conclusie A-G

De A-G concludeert dat op grond van art. 65 btw-richtlijn btw verschuldigd wordt op het tijdstip van ontvangst van de voortuitbetalingen, ten belope van het te ontvangen bedrag. De A-G verwijst naar de uitspraak van het HvJ in de zaak BUPA Hospitals waarin het HvJ heeft beslist dat een vooruitbetaling alleen tot verschuldigdheid van btw leidt als alle relevante elementen van het toekomstige belastbare feit reeds bekend zijn. Ook verwijst de A-G naar de zaak FIRIN waarin het HvJ heeft geoordeeld dat art. 65 btw-richtlijn geen toepassing kan vinden wanneer blijkt dat onzeker is of het belastbare feit zich zal voordoen. Volgens de A-G kan het feit dat de leveranciers nooit de bedoeling hadden om de door de afnemers aangekochte goederen te leveren, op zich niet rechtvaardigen dat het recht op aftrek van voorbelasting geweigerd word. Het recht op aftrek van voorbelasting kan slechts dan worden geweigerd, indien de inspecteur kan bewijzen dat de afnemers wisten, dan wel behoorden te weten, dat de leverancier vanaf het begin af aan niet de bedoeling had om zijn overeenkomsten na te leven.

Vervolgens concludeert de A-G dat het enkele ontbreken van een leveringsdatum niet tot gevolg heeft dat het ontstaan van het belastbare feit onzeker is. De A-G is namelijk van mening dat het niet ongebruikelijk is volgens de gangbare handelsbetrekkingen dat partijen overeenkomen goederen of diensten te leveren zonder dat zij de exacte datum, kunnen vaststellen waarop de levering ervan zal plaatsvinden. De A-G vergelijkt deze zaken met de zaak BUPA Hospitals en is van mening dat de situatie in BUPA Hospitals moet worden onderscheiden van de omstandigheden die zich in deze zaken voordeden: in de zaak BUPA Hospitals was het op tijdstip dat de betaling werd gedaan onzeker of de handeling wel zou worden verricht. In deze zaken daarentegen, dient, althans vanuit het perspectief van de afnemers, enkel het tijdstip van de levering nog te worden vastgesteld.

Verder is de A-G van mening dat de artikelen 184 tot en met 186 btw-richtlijn zich niet verzetten tegen een nationale wettelijke regeling die, in omstandigheden als aan de orde in deze zaken, een herziening van de aftrek vereist en deze afhankelijk stelt van de terugbetaling van de vooruitbetaling. Volgens de A-G past deze voorwaarde binnen de beoordelingsvrijheid die door art. 185, lid 2 en art. 186 btw-richtlijn aan lidstaten wordt gegeven. Bovendien is de voorwaarde volgens de A-G redelijk, omdat zo een situatie wordt voorkomen waarin een belastingplichtige zich ongerechtvaardigd zou kunnen verrijken als gevolg van het feit dat hij een recht op aftrek behoudt en tegelijkertijd een terugbetaling van het eerder betaalde bedrag ontvangt.

bekijk onze abonnementen

Wilt u de (volledige) inhoud lezen?

Log in op BTW-PLAZA of word abonnee en krijg toegang.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik