U bevindt zich hier:

Per 1 januari 2018 is de verruiming van de toepassing van de koepelvrijstelling beëindigd naar aanleiding van de uitspraak van het HvJ in de zaak Commissie-Luxemburg. Recent heeft staatssecretaris Snel van Financiën diverse Kamervragen beantwoord over de gevolgen van de beëindiging van deze verruiming en van de diverse recente jurisprudentie over de reikwijdte van de koepelvrijstelling.

Op grond van de koepelvrijstelling kan een samenwerkingsverband (ook wel koepel genoemd) bepaalde diensten btw-vrijgesteld aan haar leden verrichten. Tot februari 2016 werd de toepassing van de koepelvrijstelling niet mogelijk geacht als leden de dienst van het samenwerkingsverband mede nodig hadden voor btw-belaste ondernemersprestaties. Naar aanleiding van Kamervragen heeft de staatssecretaris van Financiën op 15 februari 2016 toegezegd de koepelvrijstelling te verruimen bij gemeentelijke samenwerking in de vorm van een fusieorganisatie.

In mei 2017 heeft het HvJ uitspraak gedaan in een inbreukprocedure van de Europese Commissie tegen Luxemburg. Uit deze uitspraak volgt dat de in 2016 toegezegde beleidsverruiming van de Nederlandse koepelvrijstelling in strijd is met de Europese btw-richtlijn, omdat de dienst van het samenwerkingsverband door een lid van dit samenwerkingsverband ook wordt gebruikt voor zijn btw-belaste handelingen. De koepelvrijstelling is namelijk specifiek in het leven geroepen voor diensten die de leden gebruiken voor hun onbelaste handelingen, aldus het HvJ.

De staatssecretaris heeft daarop in september 2017 besloten de verruimde toepassing van de btw-koepelvrijstelling bij gemeentelijke samenwerking in de vorm van een fusieorganisatie per 1 januari 2018 te beëindigen. Over deze beëindiging zijn opnieuw Kamervragen gesteld.
De leden van de VVD-, PVV-, CDA- en SP-fracties willen weten welke gevolgen het beëindigen van de verruimde toepassing van de koepelvrijstelling voor gemeentelijke samenwerking heeft, welke gemeentelijke samenwerkingsverbanden hierdoor worden geraakt, of de voorgenomen btw-verhoging leidt tot extra lasten in het geval van gemeentelijke samenwerking, of er nu een financiële belemmering voor gemeenten bestaat om te gaan samenwerken en of de staatssecretaris aan de Europese Commissie wil vragen om op dit punt actie te ondernemen.

In antwoord op deze Kamervragen geeft staatssecretaris Snel van Financiën aan dat de gevolgen van het beëindigen van de verruimde toepassing van de koepelvrijstelling voor gemeenten beperkt zijn en daardoor geen belemmerend effect hoeven te hebben op de samenwerking, anders of meer dan vóór de verruiming. De reden hiervan is dat de verruiming in de praktijk slechts in een gering aantal situaties van samenwerking toegepast werd. De btw-heffing over de diensten van het samenwerkingsverband lijkt volgens de staatssecretaris slechts tot een beperkte stijging van de btw-last van de gemeente te leiden, mede dankzij de werking van het BTW-Compensatiefonds (zie 1.5.4). Hierdoor blijven de gevolgen slechts beperkt tot prestaties van het samenwerkingsverband waarvoor bij de gemeenten geen recht op btw-aftrek bestaat en die ook van compensatie zijn uitgesloten. De budgettaire opbrengst van het beëindigen van de verruimde koepelvrijstelling voor Nederland wordt door de staatssecretaris op nihil geraamd, omdat het om slechts enkele gevallen lijkt te gaan.

Om diezelfde reden, namelijk dat de verruiming niet breed werd toegepast, heeft de staatssecretaris het beter geacht om deze zelf te beëindigen in plaats van af te wachten tot Nederland hierover door de Europese Commissie zou worden aangesproken. Het HvJ heeft daarnaast in duidelijke bewoordingen aangegeven dat een dergelijke toepassing van de koepelvrijstelling evident in strijd is met de btw-richtlijn. Wel heeft de staatssecretaris signalen ontvangen waaruit blijkt dat meerdere lidstaten de vrijstelling momenteel ruimer uitleggen dan is toegestaan en is hij voornemens dit in Europees verband te bespreken.

In de arresten Aviva, DNB Banka en Commissie-Duitsland, die eind september 2017 gewezen zijn, is de toepassing van de koepelvrijstelling verder ingeperkt. De toepassing van de vrijstelling is nu alleen nog mogelijk voor de activiteiten die genoemd zijn in art. 132 van de btw-richtlijn. Dit heeft volgens de staatssecretaris tot gevolg dat art. 9 Uitv.Besl. Wet OB moet worden aangepast. Momenteel is de staatssecretaris bezig met een inventarisatie van de sectoren die hierdoor worden geraakt en is hij voornemens dit in Europees verband te bespreken.

Zie 8.2.12  voor meer informatie over de vrijstelling voor koepelorganisaties.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik