U bevindt zich hier:

Voor het vervoer van ingevoerde goederen of documenten van ‘geringe waarde’ (minder dan € 22) naar de ontvangers geldt naar het oordeel van het HvJ het nultarief, als de waarde van deze diensten in de maatstaf van heffing begrepen is, ongeacht of bij de invoer van de goederen daadwerkelijk invoer-btw bij de douane geheven wordt.

FedEx Europe Inc. (hierna: FedEx) is onderdeel van de multinational FedEx Corporation. FedEx heeft in 2007 diensten verricht in verband met ‘inbound’ transport: zij heeft zendingen uit het internationale verkeer in ontvangst genomen in Italië en geleverd aan geadresseerden op het Italiaanse grondgebied. Na een belastingcontrole in 2008 heeft de Italiaanse fiscus een naheffingsaanslag opgelegd van ruim € 1,9 mio in verband met binnenkomende vervoersdiensten en daarnaast ruim € 5,6 mio aan sancties opgelegd. De reden voor de naheffingsaanslag en sancties is dat FedEx geen btw heeft berekend met betrekking tot de vergoedingen die zij ontvangen heeft voor het vervoer van goederen of documenten van ‘geringe waarde’ (minder dan € 22) naar de Italiaanse ontvangers. FedEx is tegen de naheffing in verweer gekomen. Op grond van de Europese verordening 918/83 wordt bij de invoer van deze goederen of documenten namelijk geen belasting geheven en volgens Italiaanse regelgeving zijn deze zendingen niet aan btw-heffing onderworpen, zodat volgens FedEx terecht geen btw berekend is. Naar de mening van de Italiaanse fiscus heeft deze nationale regelgeving echter alleen tot doel om dubbele belastingheffing te vermijden. De vervoersdiensten zijn alleen dan niet aan belasting onderworpen als bij invoer al btw betaald is, aldus de fiscus, hetgeen in casu niet het geval is.

In deze zaak is door de Italiaanse rechter een prejudiciële vraag gesteld aan het HvJ. De rechter vraagt zich af of art. 144 van de btw-richtlijn zo moet worden uitgelegd dat de enige voorwaarde voor toepassing van het nultarief voor diensten op het gebied van intern vervoer (inbound) is dat de waarde van deze diensten in de maatstaf van heffing begrepen is, ongeacht of bij de invoer van de goederen daadwerkelijk invoer-btw bij de douane geheven wordt. Het HvJ heeft recent in deze zaak geoordeeld dat een regeling zoals de Italiaanse regeling, die niet alleen vereist dat de waarde van de vervoersdiensten in de maatstaf van heffing begrepen is, maar ook dat deze diensten op het ogenblik van invoer daadwerkelijk aan de btw-heffing onderworpen zijn geweest, strijdt met art. 144 van de btw-richtlijn. Dit richtlijnartikel heeft namelijk niet tot doel om dubbele heffing te voorkomen, maar om de toepassing van de btw-heffing louter uit technisch oogpunt te vereenvoudigen, aldus het HvJ. De eis dat de diensten daadwerkelijk bij invoer aan de btw-heffing onderworpen moeten zijn geweest, is daarom onterecht.

bekijk onze abonnementen

Wilt u de (volledige) inhoud lezen?

Log in op BTW-PLAZA of word abonnee en krijg toegang.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik