U bevindt zich hier:

De Europese Commissie heeft een voorstel ingediend voor een ingrijpende hervorming van de btw-regels voor intracommunautaire goederentransacties.

Op grond van de huidige btw-regels is de intracommunautaire levering door de btw-ondernemer in de lidstaat van vertrek belast met 0% (in de Btw-richtlijn: btw-vrijstelling met recht op aftrek). De afnemende btw-ondernemer of rechtspersoon/niet-ondernemer is in de lidstaat van aankomst btw verschuldigd over de verwerving van de goederen en mag deze verwervings-btw in dezelfde aangifte in aftrek brengen (‘plussen en minnen’) indien en voor zover hij de verworven goederen voor aftrekgerechtigde activiteiten gebruikt. De huidige regels voor de intracommunautaire goederenleveringen dateren van 1993 en waren oorspronkelijk bedoeld als overgangsregeling. Duidelijk is dat btw-fraudeurs al sinds jaar en dag dankbaar gebruik maken van deze regels. De Europese Commissie (hierna: de EC) is dit een doorn in het oog en heeft een voorstel ingediend om de btw-regels voor intracommunautaire goederentransacties ingrijpend te wijzigen. De EC wil hiermee de omvang van de btw-fraude (de geschatte btw-fraude in 2015 bedraagt in de gehele EU circa € 50 miljard) reduceren met circa 80%.

Intracommunautaire goederentransacties van 2022 belast in lidstaat van aankomst
De EC stelt voor de intracommunautaire levering vanaf 2022 niet meer te belasten in de lidstaat van vertrek, maar alleen in de lidstaat waar de goederen aankomen. Dit betekent dat leverancier btw verschuldigd is in de lidstaat van aankomst tegen het aldaar geldende btw-tarief. Om te voorkomen dat de leverancier zich in al de lidstaten van zijn afnemers moet registreren voor de btw, stelt de EC een One Stop Shop-regeling voor. Deze regeling, die we reeds kennen voor B2C-telecommunicatie-, omroep en elektronische diensten, houdt in dat de leverancier in Nederland een aangifte indient voor deze leveringen in het buitenland en de hierover verschuldigde (buitenlandse) btw betaalt aan de Belastingdienst (in Nederland). De Belastingdienst betaalt deze btw-bedragen vervolgens door aan de lidstaten. Indien sprake is van een levering tussen Certified Taxable Persons (zie hierna) dan geldt echter dat de btw-heffing verlegd is naar de afnemer.

Certified Taxable Person
Het tweede dat de EC voorstelt is de introductie van de Certified Taxable Person. Hiermee wil de EC onderscheid maken tussen betrouwbare en onbetrouwbare btw-ondernemers. De EC stelt voor om een aantal nieuwe vereenvoudigingsmaatregelen alleen open te stellen voor Certified Taxable Persons.

Vereenvoudigingsmaatregelen per 2019
Als derde stelt de EC een drietal vereenvoudigingsmaatregelen voor die op korte termijn (2019) in werking moeten treden. In de eerste plaats wil de EC de verschillende toepassing van de btw-regels voor call-off stock vervangen door een uniforme regeling. Deze regeling geldt alleen voor een transactie tussen Certified Taxable Persons en houdt in dat pas sprake is van een (intracommunautaire) levering aan en een intracommunautaire verwerving door degene bij wie de goederen (voor rekening en risico van de leverancier) zijn opgeslagen wanneer het goed uit de voorraad wordt gehaald. Wel dient een register te worden bijgehouden van de goederen die onder de call-off stock-regeling vallen. In de tweede plaats stelt de EC voor om met ingang van 2019 regels op te stellen voor de toerekening van het intracommunautaire vervoer bij ketentransacties. Dit is van belang, omdat alleen de levering waaraan het intracommunautaire vervoer toerekenbaar belast is met 0% btw. Ook deze regels gelden alleen indien de eerste leverancier in de keten en de tussenschakel in de keten Certified Taxable Persons zijn. In de derde plaats wil de EC vanaf 2019 bewijsvermoedens opnemen in de btw-verordening die het voor voor Certified Taxable Persons makkelijker maken om te bewijzen dat de geleverde goederen zijn vervoerd naar een andere lidstaat.

Btw-identificatienummer afnemer vanaf 2019 voorwaarde nultarief
In art. 12, lid 2, onderdeel a, 2° Uitv.Besl. OB is opgenomen dat het nultarief voor intracommunautaire leveringen alleen van toepassing is indien de leverancier beschikt over het btw-identificatienummer van de afnemer. Het is vaste jurisprudentie van zowel het HvJ als de Hoge Raad dat het beschikken over een btw-identificatienummer van de afnemer geen vereiste is voor het toepassen van het nultarief waardoor het bepaalde in art. 12, lid 2, onderdeel a, 2° Uitv.Besl. OB in de praktijk een dode letter is. Als het aan de EC ligt gaat dit veranderen. Op verzoek van de lidstaten stelt zij namelijk voor om vanaf 2019 het toepassen van het nultarief ook afhankelijk te stellen van het beschikken over een btw-identificatienummer van de afnemer.

bekijk onze abonnementen

Wilt u de (volledige) inhoud lezen?

Log in op BTW-PLAZA of word abonnee en krijg toegang.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik