U bevindt zich hier:

 

In een recente procedure is de vraag opgeworpen of op de door KNMG verrichte opleidings- en registratiediensten btw-vrijgesteld zijn. Hof Arnhem-Leeuwarden is, in tegenstelling tot Rechtbank Gelderland, van oordeel dat dit in het geheel niet het geval is.

 

Feiten

KNMG is in 1849 opgericht voor alle artsen en studenten geneeskunde in Nederland. Op grond van haar statuten kent KNMG als leden beroepsverenigingen van artsen en (tot 2015) individuele leden. Om bepaalde medische handelingen te mogen verrichten moeten BIG-geregistreerde artsen zich ook in een specialistenregister of profielregister laten registreren. Deze registers worden bijgehouden door KNMG. Alvorens een medische vervolgopleiding kan worden gevolgd, moet de basisarts zich inschrijven in het opleidingsregister van KNMG. Als KNMG een eindverklaring (verklaring in verband met succesvol beëindigen van de opleiding) van een arts ontvangt, beëindigt zij de inschrijving in het opleidingsregister, waarna de arts van KNMG het bericht ontvangt dat het verzoek om registratie in een specialistenregister of profielregister kan worden ingediend. KNMG brengt voor de aanvragen vaste bedragen in rekening. Na registratie in een register betalen de specialisten en profielartsen periodiek bedragen aan KNMG voor (her)registratie in het specialisten- of profielregister.

KNMG stelt via het College Geneeskundige Specialismen (CGS) eisen aan de kwaliteit van de opleidingen tot profielarts of specialist, alsmede aan de opleiders en specialisten zelf. KNMG houdt via de  Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) toezicht op de kwaliteit van opleiders en specialisten. De RGS beoordeelt de (her)registraties, opleidingen en erkenningen aan de hand van regelgeving van het CGS. Om erkend te worden als opleider voor een bepaald specialisme of profiel betalen de opleiders (opleidingsinstituten, stage-inrichtingen en opleidingsartsen) erkenningsgelden. KNMG verzorgt zelf geen opleidingen. Wel organiseert zij incidenteel cursussen en symposia. KNMG is een koepelorganisatie van zeven federatiepartners. KNMG kwalificeert als ondernemer voor de btw en beoogt geen winst. In de jaren 2008 tot en met 2012 heeft KNMG de ledenadministratie voor enkele federatiepartners verzorgd waarvoor zij een vergoeding heeft ontvangen.

Procedureverloop

In februari 2010 heeft de toenmalige gemachtigde van KNMG contact opgenomen met de Belastingdienst om de btw-gevolgen van de opleidings- en registratiediensten te bespreken. Daarnaast is per brief van 24 juli 2012 verzocht te worden aangemerkt als een instelling van sociale aard als bedoeld in art. 11, lid 1, onderdeel f Wet OB. Vervolgens is een boekenonderzoek gestart. Dit heeft geresulteerd in een afwijzing van het verzoek om als ’11-1-f-instelling’ te worden aangemerkt en een oplegging van naheffingsaanslagen (voor totaal ruim € 4,8 miljoen) en verzuimboeten over de jaren 2008 tot en met 2013. In bezwaar heeft de inspecteur zijn besluiten gehandhaafd. Hiertegen is beroep ingesteld bij Rechtbank Gelderland. In eerste aanleg heeft de rechtbank geoordeeld dat alleen de opleidings- en registratiediensten aan (getrapte) leden van KNMG onder de koepelvrijstelling vallen. De verzorging van de ledenadministratie is volgens de rechtbank uitgesloten van de koepelvrijstelling. De rechtbank heeft de opgelegde verzuimboeten vernietigd, omdat sprake is van een pleitbaar standpunt. Daarnaast heeft de rechtbank in het niet openbaar maken van de afgegeven ’11-1-f-beschikkingen’ aanleiding gezien ervan uit te gaan dat KNMG vanaf de datum van indiening van het verzoek kwalificeert als een ’11-1-f-instelling’. Tegen die uitspraken is hoger beroep ingesteld. 

Opleidingsdiensten

In hoger beroep komt Hof Arnhem-Leeuwarden tot een tegengesteld oordeel. Met betrekking tot de opleidingsdiensten oordeelt het hof dat de opleidingsinrichting, aan wie KNMG factureert, de afnemer is van deze diensten. Aangezien de opleidingsinrichtingen geen lid van KNMG zijn, mist de koepelvrijstelling toepassing. De onderwijsvrijstelling is evenmin van toepassing, aangezien de diensten van KNMG niet onontbeerlijk zijn voor de opleiding van medisch specialisten. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat voor de opleiding van medisch specialisten een vergoeding wordt gevraagd waardoor het ook om deze reden zeer de vraag is of sprake kan zijn van een nauw met het btw-vrijgestelde onderwijs samenhangende dienst. 

Registratiediensten

Met betrekking tot de registratiediensten oordeelt het hof dat de koepelvrijstelling niet van toepassing is, omdat niet aan alle voorwaarden wordt voldaan. Zo zijn de diensten niet noodzakelijk voor de handelingen van de artsen die in de registers van KNMG worden opgenomen en is het toepassen van de koepelvrijstelling naar het oordeel van het hof zelfs in strijd met de doelstelling. KNMG berekent ook niet het precieze aandeel van iedere arts in de gemeenschappelijke uitgaven, maar een vaste vergoeding. Daarnaast is grotendeels niet voldaan aan de voorwaarde dat de diensten moeten plaatsvinden aan de leden, aldus het hof: de fiscaalrechtelijke en getrapte leden zijn geen leden zoals bedoeld in de btw-richtlijn en de Wet OB. Lidmaatschap impliceert immers zeggenschap over de omvang, aard en voorwaarden van de samenwerking binnen de groepering. De getrapte leden ontberen deze zeggenschap. De medische vrijstelling niet van toepassing, omdat de diensten geen therapeutisch doel hebben. De onderwijsvrijstelling is evenmin van toepassing, omdat de diensten niet nauw samenhangen met onderwijs. 

Ledenadministratie, beginselen en verzuimboeten

De verzorging van de ledenadministratie valt naar het oordeel van het hof niet onder de koepelvrijstelling, omdat deze diensten ten goede komen aan het geheel van de activiteiten van de desbetreffende federatiepartners. Dit betekent dat deze diensten niet direct nodig zijn voor de vrijgestelde of onbelastbare handelingen van de federatiepartners. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel met betrekking tot de opleidings- en registratiediensten wijst het hof af. Het hof laat de vernietiging van de verzuimboetes wegens de pleitbaarheid van het standpunt van KNMG door de rechtbank wel in stand.    

Erkenning als 11-1-f-instelling

Ten slotte gaat het hof in op de erkenning van KNMG als instelling op het gebied van sociale zekerheid. Het hof geeft in dit kader aan dat niet alle activiteiten van algemeen belang btw-vrijgesteld zijn, maar slechts die, die in de wettelijke bepalingen zijn omschreven. De opleidings- en registratiediensten van KNMG zijn naar het oordeel van het hof niet te scharen onder het begrip ‘sociale zekerheid’. Zelfs als KNMG zou worden erkend als instelling op het gebied van sociale zekerheid, dan zou dit niet tot gevolg hebben dat zij de vrijstelling mag toepassen op haar opleidings- en registratiediensten, aldus het hof. Met betrekking tot de toepassing van het neutraliteitsbeginsel oordeelt het hof dat niet aannemelijk is dat KNMG als instelling soortgelijk is aan enige andere instelling die wel door de inspecteur is erkend en dat haar opleidings- en registratiediensten evenmin gelijksoortig zijn aan de diensten waarvoor de inspecteur aan de desbetreffende instellingen wél een begunstigende beschikking heeft afgegeven. Er is daarom geen sprake van schendig van het neutraliteitsbeginsel.

bekijk onze abonnementen

Wilt u de (volledige) inhoud lezen?

Log in op BTW-PLAZA of word abonnee en krijg toegang.

BTW-PLAZA

Meld u nu aan en ga direct aan de slag

direct aanmelden

Btw-nieuws

Actueel btw-nieuws met vertaling naar de praktijk

Btw-kennis

Zelf op zoek naar voor u relevante antwoorden

Btw-tools

Handige (reken)tools voor uw btw-administratie

Btw-advies

Gratis btw-advies altijd binnen handbereik